China, wat een andere wereld…

Eindelijk is het dan zover, 12 maart. Nu kunnen we de grens over China in. We hebben maar een visum voor 30 dagen, dus dat was nog even puzzelen hoe we die dagen in zouden vullen. 10 april vliegen we naar Bangkok, dus dat wat we willen zien moet binnen die 30 dagen. De grens over ging uiteindelijk vrij gemakkelijk. Vriendelijk beambten deden hun best ons te helpen, waardoor we binnen een kwartier China binnenkwamen.

We kwamen Hekou binnen, de grensplaats aan de Chinese kant. Daar werd meteen duidelijk dat Chinezen echte handelaren zijn. Enorme rijen met bepakte fietsen stonden klaar om de brug over naar Vietnam te gaan.

We hebben besloten om vanaf de grens een trein te pakken naar Kunming. Nou ja we dachten de bus te pakken, maar die ging niet tot Kunming. Op het busstation werd ons geadviseerd de trein te nemen. Dus wij op de fiets naar het treinstation. Daar aangekomen was alles dicht. Onverrichterzake weer terug naar de stad en een hotel zoeken waar ze wellicht Engels spreken. Uiteindelijk kwamen we in een hotel waar een jongen zat, die daar gast was en Engels sprak. Hij heeft ons geholpen bij het kopen van een treinkaartje. Hij is meegegaan naar een plek waar ze kaartjes verkopen en heeft uitgelegd wat we wilden. Na het kopen van het kaartje konden we gaan eten. Dat is dus weer even zoeken wat de handigste manier is. Op straat of in restaurantjes. Op straat is werkelijk van alles te koop; de Chinezen eten zo’n beetje alles lijkt het wel.

De volgende dag zijn we vroeg naar het station gegaan omdat de fietsen volgens de mevrouw die ons de kaartjes verkocht wat extra tijd zouden vragen. Nou dat was ook zo. Er is namelijk een regel, bleek op het station, dat de fietsen niet mee mogen in de trein. Dus dat werd een behoorlijke uitdaging om met Google Translate uit te leggen dat we erg graag onze fietsen mee wilden nemen aan mensen die absoluut niet gewend zijn om de regels te overtreden. Lang verhaal kort, het is gelukt.

We zaten niet zo best, maar waren allang blij dat het gelukt was. Onderweg veel troosteloze steden van beton, soms half afgebouwd, maar ook veel landbouw. Elk plekje wordt benut om iets te laten groeien.

In Kunming aangekomen, bleken we vlak bij het hotel te zijn. Een kort fietsritje bracht ons bij de receptie. Kunming is een hele schone stad met vrijliggende fietspaden. De volgende dag moesten we een buskaartje kopen om in Dali te komen. Dat was 20 km fietsen. Zelden hebben we zo relaxed door een miljoenenstad gefietst. Bijna alle scooters zijn elektrisch, wat een enorm effect heeft op lawaai en uitlaatgassen. Fietsen wordt makkelijk gemaakt doordat je met een smartphone en waarschijnlijk een abonnement zo een fiets kan pakken en weer wegzetten op de plek waar je heen gaat.

Wat ook apart en leuk om te zien is, is dat veel ouderen op pleinen en in parken samen oefeningen doen of samen dansen.

Gelukkig is er nog een deel van het oude centrum bewaard gebleven en gerestaureerd.

Inmiddels zitten we in Dali. Dat had ook nog wat voeten in aarde omdat de bus pas om 15:50 vertrok en we dus pas om 20:50 aankwamen. Volgens plan zouden we naar de oude stad gaan, wat nog 18 km fietsen was. Maar omdat het donker was hebben we besloten om meteen een hotel te zoeken, wat achteraf een goed plan bleek. We vonden een mooi hotel en de fietstocht in het licht was niet alleen veiliger, maar de omgeving was zeker de moeite waard. De eerste besneeuwde toppen hebben we al gezien (we zitten op ruim 1900 meter). Morgen nog een rustdag omdat Leo behoorlijk verkouden is en dan op pad.

Nog geen reacties.

Geef een antwoord