Neokolonialisme, slechte wegen en de grens over

Vanuit Loja zijn we op weg gegaan naar Vilcabamba. Vilcabamba ligt in een nogal bijzondere vallei. Het verhaal is dat er in deze vallei meer mensen de grens van 100 jaar passeren dan waar ook ter wereld. De vallei heeft door haar ligging een eigen microklimaat. Er groeit van alles. Met name de vruchtbaarheid en het prettige klimaat hebben er voor gezorgd dat er steeds meer Amerikanen komen.

Voor ons was de route naar Vilcabamba niet zo heel lang waardoor we de lunch in Vilcabamba hadden gepland. Het hotel dat we hadden uitgezocht lag echter 2,5 km buiten het plaatsje en die 2,5 km gingen bergop. We wilden eerst naar het hotel gaan, maar zonder eten viel dat zwaar en zo werd een relatief makkelijke dag toch nog zwaar. Eenmaal boven bleek het hotel vol te zitten. We waren erg verbaasd omdat we tot nu toe nauwelijks toeristen hadden gezien. Wat bleek, er was een grote groep Amerikanen neergestreken en die hadden de meeste hotelkamers in het plaatsje bezet. In het hotel dat wij hadden uitgezocht zat ook een grote groep. Het meisje achter de receptie zag onze teleurstelling en toen ze hoorde dat we met al die tassen omhoog waren gefietst kwam ze gelukkig snel met een oplossing. We konden de ‘suite’ krijgen tegen een gereduceerde prijs. De ‘suite’ bleek de kamer van een van de eigenaren, die nu zelf op reis was. Het bleek een prachtige kamer met uitzicht over de vallei.

De suite

De Amerikanen bleken allen te zijn gekomen met een speciale tour om te kijken naar land en huizen. Ze waren van plan om een groot stuk land te kopen en op een deel daarvan zouden ze huizen zetten. Op zondag meteen na de ochtendmis kwam de projectleider de plaatselijke bevolking overtuigen hoe goed het toch was voor de bevolking dat hij het project kwam doen. Iedereen had nu tenslotte werk en hij had al gezien dat de werklui allemaal nieuw spullen konden kopen van het geld dat hij ze betaalde, zeg maar de moderne variant van kralen en spiegeltjes. De plaatselijke bevolking raakt echter wel een groot deel van hun vruchtbare vallei kwijt. In die vallei willen de Amerikanen op een ecologisch verantwoorde manier groenten gaan verbouwen. Ze hadden deskundigen meegenomen die het water zouden testen, dat vol met goede mineralen zou zitten. In hun eigen land was de landbouw verpest en nu kwamen ze het opnieuw proberen. In plaats van het met het zwaard en geweer veroveren van land werd het nu met geld van de plaatselijk bevolking afgenomen. Wat is uiteindelijk het verschil?

De “projectleider”

Na een paar dagen relaxen met lekker eten en lekker weer gingen we verder naar het zuiden richting de grens met Peru. Vrij snel na Vilcabamba werd de weg onverhard, maar nog goed berijdbaar. Het was al wel behoorlijk zwaar fietsen geworden door de stijgingspercentages en het warme weer. Hoe verder zuidelijk we kwamen hoe slechter de weg werd. Bovenop een pas was er een grote landverschuiving geweest waardoor er grote graafmachines bezig waren om de rotsblokken van de weg te halen om de weg weer berijdbaar te maken voor het verkeer. Wij moesten ruim een uur wachten voor we verder konden. Toen we eenmaal het teken kregen dat we door konden bleek dat we de fiets door een dikke laag modder moesten duwen. Gelukkig hadden de mannen haast en hielpen ze Annette met duwen. Als je die weg- werkzaamheden ziet dan krijg je toch meer respect voor die mannen die door dit landschap de wegen aanleggen.

Wachten tot we er weer door kunnen

De weg bleef smal en werd regelmatig doorkruist door een riviertje. Gelukkig waren de riviertjes niet diep en kon je er gemakkelijk doorheen lopen, of soms zelfs fietsen.

Na een paar dagen bereikten we op 1 juli de grens met Peru, niet meer dan een grote brug over de rivier. Toen we aankwamen moesten we eerst een tijdje wachten op de douanebeambte. Toen hij er eenmaal was en we het papiertje hadden ingevuld, bleek dat we langs de medische post moesten. Bij de medische post werd ons na lang wachten gevraagd hoe we ons voelden en of we ziekteverschijnselen hadden (let wel: we werden niet onderzocht). Bij een ontkennend antwoord van ons kregen we een briefje mee met stempels en handtekening dat zei dat we geen Mexicaanse griep hadden. Vervolgens moesten we nog even bij de politie langs. De politie man schreef onze namen in een groot boek en dat was het.

De grenspost

Vanaf de grens was het 7 km naar het plaatsje Namballe. Vanaf de grens was de weg erg slecht geworden en dat is zo gebleven tot aan een km of 35 voor Jaen. Onderweg op de slechte weg is Annette weer gevallen. Ze heeft nu twee blauwe knieën. We zijn daardoor wat langer in Jaen gebleven zodat ze wat kon herstellen. In Jaen was het ontzettend warm.

Jaen

In de volgende drie fietsdagen naar Chiclayo was het ook erg heet, maar de weg was geasfalteerd en de stijgingspercentages in Peru zijn iets lager dan in Ecuador. De weg was ook zeer de moeite waard en onderweg was voldoende mogelijkheid om te eten en te drinken. De afstanden waren wel behoorlijk groot, vooral de tweede dag. Tijdens de tweede dag moesten we na 50 km fietsen nog een pas van 2150 meter over, dat betekende ruim 1000 meter klimmen. We waren net voor dat het donker werd in de plaats waar we konden overnachten terwijl we al om 07:00 uur op de fiets zaten. De derde dag hebben we ook meer dan 100 km gefietst, maar dat was vooral vlak.

Hostel onderweg
Elektrisch verwarmde douche

Vanuit Chiclayo hebben we transport geregeld naar Trujillo omdat dat stuk bekend staat als behoorlijk gevaarlijk voor fietsers. In Chiclayo kwamen we voor het eerst andere fietsers tegen. Twee Nederlandse fietsers, Frank en Marianne. Zij zaten te wachten op de bus en wij wilden net koffie gaan drinken. Uiteindelijk hebben we samen een paar uur gezellig koffiegedronken. Zij fietsen naar het noorden, dus we konden elkaar van nuttige informatie voorzien. Zij adviseerden ons ook om het stuk naar Trujillo niet met de fiets te doen.


In Trujillo zijn we op bezoek geweest bij het Casa de Cyclista. We slapen er niet, maar het is op loopafstand van ons hotel. Er verblijven een aantal fietsers. Het is toch altijd weer leuk om met mensen te praten met wie je een passie deelt. Er is ook een Australisch gezin dat van Nederlandse afkomst is en op twee tandems fietst.

Lucho & Michael

Pa, ma en twee jongens van 12 en 13. Zij zitten er al even omdat ze moesten wachten op een nieuwe velg. De velg die ze hadden was op twee plaatsen gescheurd. Inmiddels zijn de velgen binnen en heeft Lucho (een oud profwielrenner en eigenaar van de Casa de Cyclista) ze opnieuw gespaakt. Waarschijnlijk vertrekken we allemaal op donderdag. Lucho fietst mee met zijn dochter. Het wordt dan een hele karavaan. Wel gezellig, zeker omdat het stuk omhoog de Cordillera Blanca in een behoorlijk zwaar stuk is, omdat ook hier de weg niet al te best is. In de Cordillera gaan we waarschijnlijk een wandeling maken en vandaar zien we wel hoe we verder gaan; door de bergen of langs de kust

Nog geen reacties.

Geef een antwoord