Wat een lieve mensen…

De Laotianen zijn hele lieve mensen. Overal wordt je begroet met een grote lach op het gezicht. Regelmatig krijgen we vruchten die we niet kennen aangeboden om te proeven en de kinderen blijven begroetingen schreeuwen als je langsfietst. Het voelt alsof je heel welkom bent in hun land.

In Pakse gingen we voor het eerst de Mekong over, de levensader van Zuid-Oost Azië. De rivier volgen we een stuk en is voor ons een “oude bekende”. We hebben al eens kennis gemaakt in Noord-Thailand en we hebben al eens een tijdje “samen opgetrokken” in Zuid-Vietnam

De wegen waar we over fietsen zijn lang niet altijd geasfalteerd. Het voordeel hiervan is dat ze wel vaak een stuk rustiger zijn. De bruggen zijn zo nu en dan een uitdaging met grote gaten. Het is wel zo dat veel bruggen worden vervangen.

De route voert ons langs koffieplantages en door landbouwgebieden met ook weer rubberplantages.

Koffiebonen nog aan de boom

Koffiebonen die te liggen te drogen

Opvallend is dat de weg van producent naar consument heel kort is. De boer verkoopt direct zijn spullen aan de consument. De consequentie is dat er weinig tot geen belasting op wordt geheven. Bij ons verkoopt een boer zijn spullen aan een leverancier die het weer doorverkoopt aan de Albert Heijn. De producten worden vervoerd door transportondernemingen enz. Al die kosten tellen op, inclusief alle winstmarges van de tussen liggende partijen (over die winst wordt ook weer belasting geheven, als ook over de lonen van alle medewerkers in die keten) en daarover wordt BTW geheven, die de consument betaald. Met al die belasting zorgt onze overheid voor een goed werkende maatschappelijke infrastructuur. We hebben goed onderwijs, gezondheidszorg, ruim 99% van onze huizen zijn aangesloten op het riool, we hebben drinkwater uit de kraan en ons vuil wordt opgehaald en verwerkt. Veel van deze zaken vind je (nog) niet terug in Laos. Het is een van de armste landen van Azië. Wat niet meteen wil zeggen dat de mensen arm zijn. In rap tempo worden de houten huizen vervangen door stenen huizen.

Onderweg is niet zo heel veel te krijgen. De lunch bestaat negen van de tien keer uit noodlesoep en het avondeten uit gebakken rijst. Als je een dorp of stadje in rijdt is het even zoeken naar de markt. Daar zijn vaak eetstalletjes waar ze ter plekke het eten maken op houtskool vuurtjes.

Er is daar ook vaak fruit en te koop, dus we kunnen wel gezond eten. Eigenlijk zijn de meeste levensmiddelen en huishoudelijke spullen op de markt te krijgen.

We zitten nu even in een toeristenplaats waar we weer andere dingen kunnen eten en waar lekkere cappuccino’s te krijgen zijn.

Onderweg komen we prachtige natuur tegen met watervallen en mooie bomen. Ook daar krijg je dan vaak noten aangeboden, die we dan ook weer niet kennen.

Kortom we vermaken ons prima.

Nog geen reacties.

Geef een antwoord